vrijdag 12 januari 2007

Omzien in weemoed en dankbaarheid

Lieve familieleden, broeders en zusters, en meelezers,

Nadat ik een aantal jaren geleden de beslissing genomen had niet meer te gaan naar de vergaderingen van Jehovah’s Getuigen (hierna: JG), ben ik steeds beter gaan begrijpen hoe uniek ieders persoonlijke ervaringen met het Wachttorengenootschap zijn. Ik heb nog steeds respect voor sommige leringen van het Genootschap, zolang ze maar duidelijk in de bijbel staan. Ik heb echter geen respect meer voor de talrijke bijbelinterpretaties van het Besturende Lichaam die als even waar beschouwd moeten worden als de onderwijzingen van Jezus zelf. Ik heb de afgelopen jaren contact gehad met tientallen personen die de Wachttoren-organisatie verlaten hebben. Sommige van hen koesteren een duidelijke wrok tegenover de organisatie, terwijl anderen nog steeds geloven dat de organisatie op een bepaalde manier door God gebruikt wordt.

Wat me duidelijk geworden is, is dat de gevoelde emoties bepaald worden door ieders persoonlijke ervaringen in de organisatie. Ik heb met zusters gesproken die getraumatiseerd de organisatie verlaten hadden, omdat ze persoonlijk of in hun gezin te maken kregen met seksueel misbruik vanuit de gemeente, terwijl de organisatie hen probeerde het zwijgen op te leggen. Vaak wordt door de broeders en zusters verondersteld dat dit alleen maar beschuldigingen van afvalligen zijn, maar deze slachtoffers vertelden gewoon hun eigen verhaal. Sommige van de organisatieverlaters voelen zich bedrogen en verraden, nadat ze op internet en/of in boeken van ex-JG’s goed gedocumenteerde bewijzen gepresenteerd kregen over de talrijke leerstellige wijzigingen en doofpot-affaires in de organisatie. Anderen waren teleurgesteld omdat ze jarenlang beleid en interpretaties van het Genootschap verdedigd hadden, terwijl deze “waarheden” in de loop der tijd veranderden in andere “waarheden”. Ik ken organisatieverlaters die ateïst of agnosticus geworden, of verzeild geraakt zijn in esotere ideeën en stromingen. Sommigen zien het als hun taak om te ‘prediken’ tot de JG-gemeenschap, en hen te helpen inzien wat het Genootschap in de loop der tijd met haar leerstellingen en beleid gedaan heeft.

Al deze ervaringen zijn op hun eigen wijze uniek. Iemand die zijn vrouw in de jaren ’70 heeft verloren, omdat De Wachttoren schreef dat orgaantransplantaties voor JG verboden waren, of omdat zij niet één van de bloedfracties mocht nemen die nu wel mogen, denkt anders over het Genootschap dan iemand wiens leven gered werd door te stoppen met drugsgebruik, en hiervoor de kracht ontleende aan zijn/haar bijbelstudie met JG, of iemand wiens huwelijk gered werd door het toepassen van bijbelse beginselen die ze door middel van hun bijbelstudie met JG geleerd hadden. Mijn ervaring en gevoelens tegenover de organisatie kunnen nooit dezelfde zijn als die van anderen, omdat ieder persoon zijn/haar eigen spirituele reis maakt. Ik heb gelezen over zeer actieve JG-verdedigers die uiteindelijk uitgesloten zijn, en over uitgesloten JG’s (meestal voor hoererij, overspel) die al het mogelijke deden om in de gemeente hersteld te worden.

Sommige organisatieverlaters lijken altijd maar het Genootschap te willen demoniseren, en zijn alleen maar op zoek naar fouten in de organisatie. Ze zien vooral de slechte kant van de organisatie. Ik herinner me nog goed, toen ik pas gestopt was met vergaderingbezoek, dat ik zeer gedeprimeerd was omdat ik niet alleen zelf geloofd had in bepaalde dwaalleringen, maar ze ook aan anderen onderwezen had. Ik besefte toen maar al te goed dat ikzelf degene was die grondiger onderzoek had moeten doen.

Ook ging ik toen pas de wijsheid van Jezus’ woorden in Mattheüs 7:3-5 begrijpen: "Waarom kijkt u naar de splinter in het oog van een ander, en merkt u de balk niet op in uw eigen oog? Hoe durft u tegen een ander te zeggen: Laat mij die splinter eens uit uw oog halen, terwijl u zelf een balk in uw oog hebt? Huichelaar, haal eerst die balk uit uw eigen oog, dan ziet u pas scherp genoeg om die splinter uit het oog van de ander te halen" (Groot Nieuws Bijbel). Jezus waarschuwt ons hier tegen de verleiding om teveel op andermans fouten te letten. Jezus zegt eigenlijk dat we iemand het beste kunnen helpen door onze eigen fouten en dwalingen te onderscheiden en hieraan wat te doen. In vers 5 zegt Jezus dat het moment waarop we andermans fouten en dwalingen beter kunnen benoemen dan de onze, we een huichelaar geworden zijn. Jezus gebruikt hier een woord voor “huichelaar” dat letterlijk “acteur” of “toneelspeler” betekent, iemand die zich als iemand anders voordoet. En wiens rol spelen we dan als we andermans fouten beter kunnen benoemen dan de onze? Dan spelen we voor God. Ook ik had jarenlang tijdens mijn bediening op de fouten en dwalingen van andere religies gewezen, terwijl mijn eigen religie ook vol met fouten en dwalingen zat. Ik schaamde me dood en voelde me een echte huichelaar, die andermans splinter eruit wilde halen terwijl ikzelf een grote ‘balk in mijn eigen oog’ had.

Wanneer ik de ervaringen van sommige andere organisatieverlaters lees, dan realiseer ik me hoeveel geluk ik eigenlijk gehad heb. Zo las ik laatst over een echtpaar dat vele jaren op Bethel en in het zendelingenwerk doorgebracht had. Toen ze later kinderen kregen, hebben ze die uiteraard ook als goede JG’s opgevoed. Door een aantal gebeurtenissen besloot dat echtpaar uiteindelijk enkele zaken die ze in de organisatie geleerd hadden tegen het bijbelse licht te houden. Om een goed geweten tegenover hun hemelse Vader te behouden, hebben ze op grond van dat onderzoek bepaalde beslissingen moeten nemen. Het gevolg is nu dat ze door hun eigen kinderen en familie gemeden worden. Hoe triest! Ik ben daarom dankbaar dat ik belangrijke zaken ontdekt heb voordat mijn kinderen groot zijn.

Het is zeker een goede zaak dat er momenteel talrijke bronnen met inlichtingen voorhanden zijn voor personen die de wens hebben om dieper op belangrijke zaken in te gaan. Kortom, ik ben niet langer boos op het Genootschap. Ik denk met plezier terug aan mijn oude vrienden en sommige familieleden. Vele ervaringen die ik met ze meegemaakt heb, zijn onbetaalbaar. Ik begrijp nu hoe mind control-technieken werken, en hoe het mogelijk is dat rationeel denkende mensen er soms irrationele ideeën op nahouden. Ja, ik heb werkelijk geluk gehad! Ik was nog niet geboren toen vaccinaties voor JG verboden waren. Ik ben gelukkig zonder kleerscheuren door de periode gekomen waarin orgaantransplantaties niet mochten. Ik hoefde niet de gevangenis in omdat De Wachttoren lange tijd leerde dat voor JG alternatieve burgerdienst uit den boze was. Ik heb gelukkig geen familie of vrienden verloren in verband met de bloedkwestie. Maar ik kan de boosheid en het verdriet van personen die dit allemaal wel meegemaakt hebben, goed begrijpen. Ik begrijp de verontwaardiging van personen die de warme omgang met hun JG-familieleden moeten missen, omdat ze simpelweg hun eigen geweten in bepaalde bijbelse kwesties willen volgen.Ik vraag me vaak af hoe de broeders en zusters die het Genootschap onvoorwaardelijk ondersteunen zich zouden voelen, als ze volledig gemeden zouden worden door hun ouders, kinderen, familie en vrienden.

Ik stel me niet op het standpunt dat er niets goeds aan het Genootschap is. Ik kan wel begrijpen dat bij zoveel dwaling en verkeerde bijbelinterpretaties sommige JG uiteindelijk van de radar verdwijnen. Het is jammer dat deze interpretaties over chronologie en profetieën als even belangrijke geloofsartikelen beschouwd worden als de leringen van Jezus Christus zelf. Ik heb groot respect voor de vrienden die ik er maakte. Zij hebben werkelijk liefde voor God en willen graag de wil van hun hemelse Vader doen. Ik weet dat ze een oprecht geloof hebben. Ik bid voor hen en ook voor de personen die de organisatie vanwege hun geweten tegenover God verlaten hebben. Ik wens dat zij gelukkige christenen blijven, en een positieve invulling en zingeving aan hun leven geven. Mogen onze ervaringen in de organisatie ons niet van geluk en geloof in Gods beloften afhouden.

Omziend in weemoed en dankbaarheid groet ik jullie met oprechte emoties.

Jullie broer en vriend, Martin Cordes
Woudenberg, Nederland.

Naschrift: In opdracht van JG-kringopziener Kors Pater werden Frances en ik door de plaatselijke ouderlingen in de gemeente Woudenberg op grond van bovenstaande brief voor een rechterlijk comité gedaagd en beschuldigd van afvalligheid van onze hemelse Vader. U kunt op deze link daar meer over lezen.

PS: Voor meer info kunnen jullie eventueel deze link raadplegen. In de link leg ik uit waarom ik bepaalde beslissingen genomen heb.

Geen opmerkingen: